Inleiding
De jaarwisseling is voorbij, maar voor veel ondernemers begint het echte werk nu pas: tarieven zijn aangepast, aftrekken zijn verder versoberd en de Belastingdienst kijkt scherper naar arbeidsrelaties. Voor administratiekantoren is dit hét moment om klanten proactief bij te praten en dossiers op orde te brengen. In deze update zetten we de belangrijkste wijzigingen per 1 januari 2026 op een rij, met meteen de vertaling naar wat dit in de praktijk betekent voor mkb, zzp en dga’s.
1) Inkomstenbelasting 2026: schuivende schijven en beperkte inflatiecorrectie
Nieuwe tarieven box 1
In box 1 (inkomen uit werk en woning) is de eerste schijf iets verlaagd en de tweede schijf iets verhoogd. Het toptarief blijft gelijk. Concreet:
• Tot € 38.883: 35,75%
• € 38.883 tot € 78.426: 37,56%
• Vanaf € 78.426: 49,5% 
Let op: inflatiecorrectie maar gedeeltelijk toegepast
Een belangrijke “stille” wijziging is dat de inflatiecorrectie in de inkomstenbelasting in 2026 slechts gedeeltelijk is toegepast. Daardoor schuiven schijfgrenzen en heffingskortingen minder mee met inflatie en vallen sommige inkomens sneller in een hogere belastingdruk dan verwacht.
Praktijkimpact voor administratiekantoren
• Controleer of voorlopige aanslagen nog aansluiten bij de actuele inkomensverwachting.
• Check loonadministraties/IB-planning bij klanten die rond schijfgrenzen zitten (o.a. door bonus, winst of uitkering).
2) Zelfstandigenaftrek verder omlaag: ondernemersplanning wordt belangrijker
De zelfstandigenaftrek is in 2026 verder verlaagd naar € 1.200 (met een aangekondigde verdere daling naar € 900 in 2027). Dat maakt het verschil tussen “winst in de eenmanszaak” en “winst na fiscale aftrekken” opnieuw kleiner.
Wat je nu slim bespreekt met klanten
• Is het urencriterium nog haalbaar én zinvol, gegeven lagere aftrek?
• Moet de ondernemer eerder sturen op winstoptimalisatie (investeringen, kostenallocatie, pensioen/oudedagsvoorzieningen waar passend) in plaats van “aftrekjagen”?
• Herijk het gesprek over rechtsvorm (eenmanszaak/vof vs. bv) vooral bij structureel hogere winsten — niet alleen fiscaal, ook qua risico en continuïteit.
3) Box 3 in 2026: voorlopige aanslag werkt met fictieve percentages (maar verdeling telt mee)
Voor de voorlopige aanslag 2026 rekent de Belastingdienst met fictieve rendementspercentages volgens de overbruggingswetgeving, gebaseerd op de werkelijke verdeling van het vermogen (banktegoeden, beleggingen/overige bezittingen en schulden). Als later blijkt dat het werkelijke rendement lager is dan het fictieve, kan dat in de aangifte worden rechtgetrokken.
Daarnaast verandert er in 2026 iets relevants voor verhuurd vastgoed bij specifieke situaties: bij verhuur aan een gelieerde partij tegen een niet-marktconforme huur kan de leegwaarderatio niet meer toepasbaar zijn.
Praktische acties
• Laat klanten met box 3-vermogen hun voorlopige aanslag toetsen op actuele vermogensmix.
• Check verhuurde woningen binnen familiestructuren extra kritisch (huurprijs, contract, zakelijkheid).
4) Schijnzelfstandigheid: handhaving loopt door en het boeterisico verandert in 2026
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volgens de normale regels bij arbeidsrelaties. Dat betekent: wordt schijnzelfstandigheid vastgesteld, dan kunnen correcties en naheffingen loonheffingen volgen. Naheffen met terugwerkende kracht kan tot 1 januari 2025 (en verder terug bij kwaadwillendheid of het niet opvolgen van aanwijzingen).
Nieuw en belangrijk voor 2026: de Belastingdienst geeft aan in 2026 nog geen verzuimboetes op te leggen, maar vergrijpboetes kunnen wél aan de orde zijn (bijvoorbeeld bij opzet of grove schuld).
Wat dit betekent voor opdrachtgevers én zzp’ers
• Dossiers moeten “proof” zijn: opdrachtomschrijving, gezagsverhouding, vervangingsmogelijkheid, ondernemersrisico, tarief/duur en feitelijke uitvoering.
• Werk met een vaste intake voor zzp-inhuur en plan periodieke herbeoordeling (bij opdrachten die langer doorlopen).
5) Minimumloon per 1 januari 2026: effect op loonadministratie en kostenbegroting
Het wettelijk minimumuurloon voor 21 jaar en ouder is per 1 januari 2026 vastgesteld op € 14,71 bruto per uur. Dit werkt door in loonschalen, parttime-contracten, overwerk, en vaak ook in toeslagen/looncomponenten die aan het minimumloon gekoppeld zijn.
Voor de praktijk
• Controleer of alle contracturen correct zijn doorvertaald naar uurloon (zeker bij oude afspraken die nog “maandloon-denken” bevatten).
• Herbereken kostprijzen bij personeel-intensieve klanten (horeca, logistiek, retail, zorg).
6) Btw: let op uitzonderingen en sectorimpact (cultuur/sport/media vs. logies)
In de btw-discussie rond 2026 is relevant dat het verlaagde tarief van 9% voor cultuur, media en sport behouden blijft. Tegelijk wordt in duiding door adviespraktijken genoemd dat een geplande btw-verhoging op logies naar 21% wél doorzet. Dit is typisch zo’n onderwerp waar klanten je kantoor vroeg over gaan bellen, omdat het direct hun prijzen en marges raakt.
Wil je dat wij dit vertalen naar jouw situatie, inclusief een quickscan van je voorlopige aanslagen, je zzp-inhuur en je loonadministratie, dan plannen we graag een kort adviesmoment in. Vaak zijn het juist de kleine aanpassingen in januari en februari die later in het jaar het verschil maken: minder verrassingen, minder correcties en een administratie die “controleproof” is.